Het boekje van vader

Het boekje van vader
maandag 16 november 2020


"Kunt u komen? Mijn vader is gestorven.” Een rustige stem aan de telefoon. Terwijl ik mijn tas en sleutels pak vertrek ik meteen naar de flat aan het water. Als ik aanbel doet een jonge vrouw open en ik volg haar naar een volle huiskamer.

Tussen pratende, bellende en koffiedrinkende mensen staat een lage, rode fauteuil voor het raam met uitzicht op het kanaal. Leeg. Op het tafeltje ernaast een verrekijker, een iPad en een notitieboekje. Aan de andere kant van de tafel een wat hogere stoel waar een oudere dame op zit. De dochter brengt me naar haar toe. Ik stel me voor en mevrouw kijkt om zich heen waar ik ergens kan gaan zitten. Niet op de rode stoel, dat was de zijne. Daar keek hij naar de boten die voorbij kwamen. Hij had zelfs een app op zijn iPad waarop hij de scheepsnamen invoerde. Dan kon hij zien wat er werd vervoerd en waar ze naartoe voeren. Dat noteerde hij in zijn boekje. Op papier. Dat dan weer wel. Hij had jaren zelf gevaren, maar voor zijn dochters was hij aan wal gebleven. Vier dochters hebben ze. Als ik vraag of ik mijnheer mag zien, brengen ze me naar de slaapkamer waar een heer in zijn beste pak op bed ligt. De oudste dochters zitten in de verpleging en hebben hem zelf verzorgd. Dat wilde hij. Ik zal niet veel werk hebben, zeggen ze. Hij heeft precies opgeschreven hoe hij het wilde hebben. Ze hoefden inderdaad nergens over na te denken. De antwoorden staan in zijn boekje. Kist, bloemen, crematie. Wie er spreekt. In een keurig handschrift staat het er allemaal. De dochters en mevrouw willen gewoon wat hij wilde. Ze droegen hem op handen, zeggen de schoonzoons lachend.

Als ik vraag wie hem de aula in zal brengen - onze dragers of familie, vrienden - bladeren ze driftig in het boekje. Het staat er niet. Twintig mensen discussiëren over wat hij gewild zou hebben en wat het betekent dat er niets staat. De komende dagen is er nog tijd genoeg om hierover te beslissen zeg ik en we gaan verder met de tekst voor de kaart. Mevrouw houdt de dagen erna het boekje van haar man steeds bij de hand. Mijnheer ligt thuis opgebaard in een zeemanskist. Ik kom elke dag even langs om te kijken hoe het gaat. Altijd is er ook een van de dochters of kleindochters. Op de dag van de crematie komt mevrouw met haar schoonzoons en kleinzoons de aula in. Onder begeleiding van het thema van de Onedinline komt de kist met mijnheer binnen, op schouders gedragen door zijn dochters en kleindochters. Het boekje ligt op de kist.